1. Consignatiediensten


    1. Onder consignatiedienst wordt verstaan de omstandigheid dat een werknemer – buiten de voor hem vastgestelde werktijd – in opdracht van de werkgever beschikbaar moet zijn om op oproep zo spoedig mogelijk arbeid te gaan verrichten.


    2. Consignatiedienst als bedoeld onder a kan door de werkgever slechts aan de werknemer worden opgedragen indien dit uitdrukkelijk in de individuele arbeidsovereenkomst is opgenomen. Hierbij geldt het volgende maximum: in elke periode van 28 achtereenvolgende dagen mag de werknemer maximaal 7 etmalen consignatiedienst worden opgedragen. Daarbij geldt, dat wanneer tijdens een consignatiedienst door betrokkene effectief arbeid moet worden verricht, deze arbeid niet meer mag bedragen dan 28 uur in een periode van 56 achtereenvolgende dagen.


    3. Alleen met instemming van de werknemer kan consignatiedienst worden opgedragen aan:


      • de werknemer van 55 jaar en ouder;


      • de zwangere werkneemster na de derde maand van de zwangerschap;


      • de werkneemster die haar kind borstvoeding geeft.


      • Op verzoek van de parttime werknemer dient de werkgever bij het opdragen van het aantal consignatiediensten zoveel mogelijk rekening te houden met de omvang van het dienstverband van de parttime werknemer ten opzichte van de omvang van het dienstverband van de fulltime werknemer.


  2. Kampwerk


    1. De werkgever kan de werknemer opdragen om in het kader van de werkzaamheden van de organisatie een kamp te leiden of te begeleiden. Vrijstelling hiervan geldt voor de vrouwelijke werknemer die langer dan twee maanden zwanger is of die borstvoeding geeft.


    2. De onder a bedoelde leiding of begeleiding kan de werknemer maximaal voor een aaneengesloten periode van veertien dagen worden opgedragen.


    3. Indien aan de werknemer het leiden of begeleiden van verschillende kampen wordt opgedragen dan dient tussen het einde en het begin van deze verschillende kampperioden een onderbreking te zijn van zeven dagen waarin aan hem geen kampwerk mag worden opgedragen.


    4. Aan een werknemer kunnen per jaar niet meer dan vier kampweken worden opgedragen. Wanneer een werkgever in enig jaar meer kampweken wil opdragen, kan dat alleen indien de desbetreffende werknemer daarmee instemt.


  3. Slaapdiensten


    1. Onder slaapdienst wordt verstaan een aaneengesloten dienst met een tijdsduur van tenminste 6 uur, maar ten hoogste 8 uur waarin de werknemer verplicht is op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk onvoorziene en noodzakelijke bedongen arbeid te verrichten, maar voor het overige rust geniet.


    2. Alleen met instemming van de werknemer kan een slaapdienst worden opgedragen aan:


      • de werknemer van 55 jaar of ouder;


      • de zwangere werkneemster na de derde maand van de zwangerschap;


      • de werkneemster die haar kind borstvoeding geeft.


    3. Op verzoek van de parttime werknemer dient de werkgever bij het opdragen van het aantal slaapdiensten zoveel mogelijk rekening te houden met de omvang van het dienstverband van de parttime werknemer ten opzichte van de omvang van het dienstverband van de fulltime werknemer.


  4. Overwerk


    1. Onder overwerk wordt verstaan:


      1. de tijd gedurende welke door de werkgever opgedragen arbeid wordt verricht boven het in artikel 16 vastgestelde aantal uren;


      2. voor werknemers die volgens dienstrooster gebruikelijk 40 uur per week werken, de tijd die zij ingevolge het dienstrooster langer dan 160 uur per 4 weken werken;


      3. voor werknemers die volgens dienstrooster gebruikelijk 36 uur per week werken, de tijd die zij ingevolge het dienstrooster langer dan 144 uur per 4 weken werken.


    2. Indien gedurende een consignatiedienst als bedoeld in artikel 18.1 effectief arbeid moet worden verricht, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder overwerk verstaan:


      1. voor werknemers die volgens dienstrooster werken de tijd die zij ingevolge het dienstrooster langer werken dan het in de individuele arbeidsovereenkomst per week vastgestelde aantal uren vermenigvuldigd met vier in een periode van 4 weken;


      2. voor de overige werknemers de tijd gedurende welke arbeid wordt verricht boven het in de individuele arbeidsovereenkomst per week vastgestelde aantal uren.


    3. Aan de werknemer, die jonger dan 18 jaar is, mag geen overwerk worden opgedragen.


    4. Tegen zijn/haar wil mag geen overwerk worden opgedragen aan:


      • de werknemer die 55 jaar of ouder is;


      • de werkneemster die zwanger is, zulks ná het ingaan van de derde maand van de zwangerschap;


      • de werkneemster die haar kind borstvoeding geeft.


naar boven

terug in history