Werkingssfeer

  1. Algemeen De CAO is van toepassing op:


    1. Bureau Jeugdzorg

      Een stichting die tot doel heeft het in stand houden van een Bureau Jeugdzorg die de in de Wet op de Jeugdzorg (Stb. 2004, 306 laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2008, 271) aan de stichting opgedragen taken vervult.


    2. Landelijk werkende instellingen

      Alle instellingen met een landelijk bereik, die in het jaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de Jeugdzorg als instelling met een landelijk bereik subsidie ontvingen, zijn als instelling als bedoeld in artikel 104 eerste lid van de Wet op de Jeugdzorg aangewezen. Het betreft de Willem Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, LJ&R, SJMW, SGJ, zulks voor zover deze rechtspersoon de uitoefening van de (gezins)voogdij of de taken als bedoeld in artikel 10 eerste lid onder c en d van de Wet op de Jeugdzorg ten doel heeft.


    3. Zorgaanbieder

      Een rechtspersoon die jeugdzorg verleent waarop ingevolge de Wet op de Jeugdzorg aanspraak bestaat.


    4. Landelijk werkende zorgaanbieder

      Uitvoerders van een landelijk zorgaanbod, die in het jaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op de Jeugdzorg als landelijke voorziening op grond van de Wet op de Jeugdhulpverlening subsidie ontvingen, worden aangewezen, de Willem Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, LJ&R, SJMW, SGJ, Stichting de Hoenderloo Groep en Stichting Fentrop Jongerenhuis, zulks voor zover deze het bieden van jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet op de Jeugdzorg ten doel hebben. CAO Jeugdzorg 2008 - 2010 10


    5. Particuliere justitiële jeugdinrichting

      Een particuliere justitiële jeugdinrichting zoals bedoeld in artikel 1 onder C van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Stb. 2000, 481 laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2008, 85).


    6. Medische kindertehuizen

      Tehuizen waarin aan jeugdigen wier lichamelijke of geestelijke gezondheid is aangetast of in ernstige mate wordt bedreigd geneeskundige behandeling, daaronder begrepen geneeskundig onderzoek en observatie door artsen in samenwerking met andere deskundigen, alsmede verpleging en verzorging gedurende dag en nacht, wordt geboden.


    7. Medische kleuterdagverblijven

      Voorzieningen waarin aan jeugdigen bij wie een stoornis in de ontwikkeling is opgetreden of dreigt op te treden ten gevolge van een samenloop van lichamelijke of geestelijke en maatschappelijke factoren, hulp wordt geboden, bestaande uit:


      1. het noodzakelijke geneeskundige onderzoek en de noodzakelijke geneeskundige behandeling door een kinderarts in samenwerking met andere deskundigen, alsmede verzorging gedurende de dag of een gedeelte daarvan;


      2. begeleiding van het gezin waartoe het kind behoort.


    8. Instellingen voor spel- en opvoedingsvoorlichting

      Waaronder worden verstaan voorzieningen die voorlichting en advies geven aan instellingen en instanties ter ondersteuning van hun betrokkenheid bij de opvoeding en vorming van jeugdigen in het primaire leefmilieu.


    9. Steunfunctie

      Een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de stichting en van jeugdzorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat.


    10. In Nederland gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende privaatrechtelijke organisaties, die zich het volgende ten doel stellen:


      • het ondersteunen van de activiteiten van één of meer van de onder I tot en met IX van dit artikel genoemde voorzieningen van jeugdzorg door ten behoeve van één of meer van deze voorzieningen zonder winstoogmerk personeel ter beschikking te stellen.


    11. In Nederland gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende privaatrechtelijke organisaties, die ten behoeve van één of meer van de onder I tot en met X van dit artikel genoemde voorzieningen van jeugdzorg werkzaam zijn, indien en voor zover deze organisaties de volgende voorzieningen in stand houden c.q. beheren:


      • centrale en/of regionale bureaus, samenwerkingsverbanden of serviceinstituten.


    12. In Nederland gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende privaatrechtelijke organisaties:


      1. die eenzelfde doelstelling kennen als de onder I tot en met IX en XI van dit artikel genoemde organisaties, dan wel


      2. die werkzaamheden verrichten die naar hun aard dezelfde zijn als de werkzaamheden die verricht worden door de onder I tot en met IX en XI van dit artikel genoemde organisaties. CAO Jeugdzorg 2008 - 2010 11


  2. Ontheffing CAO-bepalingen


    1. De bepalingen van de CAO kunnen door partijen bij de CAO op een daartoe strekkend verzoek van de werkgever met instemming van de OR– of bij het ontbreken daarvan de PVT– geheel of gedeeltelijk niet van toepassing worden verklaard op de arbeidsverhouding tussen een werkgever en al zijn werknemers dan wel een gedeelte van zijn werknemers, indien deze werkgever tevens valt onder de werkingssfeer van een andere CAO, zulks in overleg met partijen bij deze andere CAO.


    2. Om voor een dergelijke ontheffing in aanmerking te komen, dient ten minste aan de volgende criteria te worden voldaan:


      • de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers dienen voldoende gewaarborgd te zijn;


      • deze arbeidsvoorwaarden mogen over het algemeen geen mindere aanspraken aan de werknemers verlenen dan voor hen zouden voortvloeien uit de toepasselijkheid van deze CAO.


  3. Dispensatie toepassing CAO

    Een werkgever als bedoeld in artikel 2.1, die een kleinschalige voorziening dan wel een project in stand houdt, kan aan CAO-partijen verzoeken ontheffing te verlenen van de toepassing van bepaalde regelingen in de CAO of onderdelen daarvan. Het verzoek kan door de werkgever worden gedaan ten behoeve van al zijn werknemers dan wel ten behoeve van een gedeelte van zijn werknemers. De samenstelling, de toegang, de werkwijze en de bevoegdheden van CAO-partijen zijn in een afzonderlijk reglement vastgelegd, opgenomen in Bijlage V Reglement Dispensatie Toepassing CAO.


naar boven

terug in history