Hoofdstuk IV Inkomen

Salaris

  1. Algemeen Het salaris van de werknemer wordt vastgesteld op een bedrag in de salarisschaal, die bij zijn functie hoort overeenkomstig de functiematrix en methodiek in Bijlage I; de salarisschalen zijn opgenomen in Bijlage II.


  2. Leerling-werknemers


    1. Voor de reguliere vierjarige agogische opleidingen geldt de volgende systematiek. Bij diplomering komt de leerling-werknemer in de nulperiodiek van de beoogde functionele schaal; in de jaren daarvoor steeds in de nulperiodiek van de naastlagere schaal:


Beroepspraktijkvorming Beroepspraktijkvorming Beroepspraktijkvorming
pedagogisch pedagogisch ambulant
medewerker medewerker hulpverlener
MBO-opleiding HBO-opleiding HBO-opleiding
eerste Schaal 3 Schaal 4 Schaal 5
leerjaar periodiek 0 periodiek 0 periodiek 0
tweede Schaal 4 Schaal 5 Schaal 6
leerjaar periodiek 0 periodiek 0 periodiek 0
derde Schaal 5 Schaal 6 Schaal 7
leerjaar periodiek 0 periodiek 0 periodiek 0
vierde Schaal 6 Schaal 7 Schaal 8
leerjaar periodiek 0 periodiek 0 periodiek 0
na Schaal 7 Schaal 7 Schaal 9
diplomering periodiek 0 Periodiek 1 periodiek 0
    1. Bij niet-agogische opleidingen wordt een individuele inschaling overeengekomen die op analoge wijze is afgeleid van de salarisschaal behorende bij de functie waarvoor de leerling-werknemer wordt opgeleid.


    2. Bij van de reguliere vierjarige opleidingen afwijkende studieopzet en leerroutes bepaalt de werkgever, op basis van de bij het opleidingscentrum ingewonnen informatie, in welke fase van de opleiding de leerling zich vanaf welke datum bevindt en stelt vervolgens de beloning vast in overeenstemming met de onder a vermelde systematiek.


  1. Arbeidsmarkttoeslag In overleg tussen de werkgever en de OR of PVT worden de functies vastgesteld die in aanmerking kunnen komen voor een arbeidsmarkttoeslag. De toeslag bedraagt maximaal 10% van het salaris en wordt toegekend voor de duur van een jaar. De toekenning kan steeds met een jaar verlengd worden.


  2. Jaarlijkse verhoging


    1. Het salaris van de werknemer wordt jaarlijks verhoogd met 1 periodiek tot het maximum van de voor zijn functie geldende salarisschaal is bereikt. De periodieke verhoging gaat in op 1 januari of op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer in dienst trad of werd bevorderd naar een hogere functie.


    2. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever zijn functie onvoldoende vervult, kan de werkgever vóórafgaand aan de periodiekdatum besluiten de periodieke verhoging als bedoeld in het eerste lid niet toe te kennen, dan wel gedeeltelijk toe te kennen. Dit wordt de werknemer tevoren schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld.


    3. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever zijn functie zeer goed vervult, kan de werkgever jaarlijks besluiten aan de werknemer één of meer extra periodieken, dan wel een gedeelte van een periodiek toe te kennen. Dit wordt de werknemer tevoren schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld. Met de toekenning van extra periodieken kan het maximum van de salarisschaal met ten hoogste twee periodieken worden overschreden.


    4. De werkgever kan de jaarlijkse verhoging slechts met instemming van de OR, PVT of Personeelsvergadering afhankelijk maken van een beoordeling.


  3. Overgang naar een andere functie


    1. Overgang naar een hogere functie


      1. De werknemer die wordt overgeplaatst naar een hoger ingedeelde functie, wordt met ingang van de datum van overplaatsing ingeschaald in de salarisschaal waarin de functie is ingedeeld.


      2. De werknemer wordt ingeschaald in tenminste het naast-hogere bedrag van de salarisschaal waarin de nieuwe functie is ingedeeld, waarbij het verschil tussen het oude en nieuwe salaris tenminste 1 periodiek bedraagt.


    2. Overgang naar een functie van gelijk niveau Als de werknemer bij dezelfde werkgever een andere functie gaat uitoefenen waaraan dezelfde salarisschaal is verbonden, behoudt de werknemer op het moment van deze functiewijziging ten minste aanspraak op het salaris dat hij in de vorige functie ontving.


  4. Betaalbaarstelling salaris en toeslagen


    1. De werknemer dient uiterlijk twee dagen voor het einde van de kalendermaand over zijn salaris te kunnen beschikken.


    2. Uiterlijk in de tweede maand volgend op het ontstaan van een aanspraak op een toeslag op het salaris, dient de werknemer hierover te kunnen beschikken. Elke maand ontvangt de werknemer een schriftelijke specificatie.


    3. In afwijking van het gestelde onder a kan aan de werknemer met wie dat in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen, een voorschot ten bedrage van ten minste 75% van het te verwachten salaris worden uitbetaald.


  5. Inschaling bij indiensttreding


    1. Indien de werknemer voorafgaand aan zijn indiensttreding eerder in een functie met dezelfde salarisschaal werkzaam is geweest bij een andere onder de werkingssfeer van deze CAO vallende werkgever, heeft de werknemer jegens zijn nieuwe werkgever aanspraak op ten minste de laatst geldende periodiek in die vorige functie.


    2. Indien en voor zover de laatst geldende periodiek tot stand is gekomen op basis van artikel 25.4 lid c kan de nieuwe werkgever de aanspraak met dat gedeelte verminderen.


  6. Afwijking Van het bepaalde in dit artikel kan slechts worden afgeweken, indien en voor zover dit in het artikel is bepaald.


naar boven

terug in history