Regulering werklast en werkdruk

  1. Partijen erkennen het belang om te komen tot reguleren en beheersen van de werklast. Het totale werkaanbod binnen de organisatie hoort in balans te zijn met de omvang van de formatie. Het reguleren en beheersen van werklast moet op ondernemingsniveau plaatsvinden. CAO-partijen hebben ter ondersteuning de brochure “Werklast Jeugdzorg” opgesteld en de website www.werklastjeugdzorg.nl gelanceerd.

    Op 1 oktober 2008 heeft iedere organisatie vallend onder de werkingssfeer van de CAO Jeugdzorg een adviesaanvraag naar de OR gestuurd dat een plan van aanpak betreft met betrekking tot de beheersing van de werklast.

    De werkgever die niet voor 1 oktober 2008 een adviesaanvraag heeft neergelegd bij de OR dient dit schriftelijk en onderbouwd te verantwoorden aan het OAJ. Het OAJ publiceert in november 2008 over de stand van zaken aan werkgevers en werknemers in de branche.
    Als de adviesaanvraag plan van aanpak werklast niet op uiterlijk 1 januari 2009 tot een positief advies van de OR heeft geleid, wordt hierover door de werkgever en de OR schriftelijk en onderbouwd gerapporteerd aan het OAJ (via mail post@fcbwjk.nl.)

    Over de nakoming van de werklastafspraken in de CAO vindt een nulmeting, tussenmeting en eindmeting plaats. De eindmeting vindt plaats uiterlijk in november 2009.


  2. Voor de Gezinsvoogdij blijven de caseloadnormen gehandhaafd gedurende de looptijd van de CAO. De caseloadnormen worden vastgesteld op teamniveau. In overeenstemming met de OR kan ook een ander niveau afgesproken worden. Voor de werknemers die werken volgens het Deltaplan Gezinsvoogdij zijn onderstaande caseloadnormen niet van toepassing.

    Caseloadnormen per fte Bij 36 uur per week (per 1 juli 1997)

    Voor de OTS tot 1 jaar 16
    Voor OTS overigen 21
    Voor de voogdij 28
    Voor de overige ambulante hulpverlening 28

    In 2006 is een start gemaakt met de landelijke invoering van het Deltaplan Gezinsvoogdij. CAO-partijen onderkennen het belang van landelijke invoering van het Deltaplan Gezinsvoogdij om te komen tot kwaliteitsverbetering in de gezinsvoogdij binnen de branche Jeugdzorg. CAO-partijen hebben hierbij de volgende afspraken gemaakt:


    • De werkgever bespreekt het opgestelde plan van aanpak met De OR3. Op basis van de WOR heeft de OR instemmingsrecht.


    • Er wordt een benchmark uitgevoerd door De Bureaus Jeugdzorg naar De effecten van de methodiek van het Deltaplan Gezinsvoogdij.


    • De benchmark wordt in eerste instantie uitgevoerd aan De hand van twee meetpunten gebaseerd op de pilots van het Deltaplan Gezinsvoogdij. Het betreft de meetpunten werknemerstevredenheid en ervaren werklast.


    • De werklast wordt berekend per instelling en/of gedeelte van een instelling, waarbij de kleinste meeteenheid een team is. In overeenstemming met de OR wordt vastgesteld welke meeteenheid gekozen wordt, waarbij het uitgangspunt is dat indien er geen overeenstemming wordt bereikt de werklast per team aangehouden wordt. De meeteenheid kan jaarlijks gewijzigd worden in overeenstemming met de OR.


      • De werklast wordt gesteld op een gemiddelde bandbreedte van 15 – 17 cases. Hiermee wordt bedoeld dat als een werknemer 15 cases toegewezen krijgt, de praktijk uitwijst dat door onderlinge vervanging binnen teams de werkelijke cases op gemiddeld 17 cases kan komen te liggen.


    1. Vakbonden sluiten vooralsnog afwijkingen van de bandbreedte naar boven uit, omdat ervaringen vanuit de pilots uitwijzen dat de methodiek van het Deltaplan alleen goed gerealiseerd kan worden bij een maximale caseload van 17 cases.


    2. De MOgroep sluit vooralsnog niet uit dat op ondernemingsniveau afspraken (over bijvoorbeeld ondersteuning c.q. randvoorwaarden) gemaakt worden, die het mogelijk maken om naar boven of naar beneden af te wijken van de werklast met een gemiddelde bandbreedte van 15 – 17.


      • De hiervoor genoemde twee meetpunten zullen in De toekomst worden aangevuld met andere meetpunten te weten: contacttijd, doorlooptijd, kwaliteit en directe/ indirecte uren.


    • In 2006 zullen CAO-partijen een start maken met de landelijke invoering van het Deltaplan Gezinsvoogdij. De eerste meting kan daarna gerealiseerd worden. Hiertoe dient in het licht van de opvatting van partijen (5e aandachtstreepje) duidelijkheid te bestaan over de wijze waarop de methodiek van het Deltaplan vormgegeven wordt. Aan de hand van de eerste meting en de daarna volgende jaarlijkse metingen kunnen de op te nemen bandbreedtes in overeenstemming gewijzigd worden.

      CAO-partijen hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om voor de landelijke invoering van de methodiek van het Deltaplan bij werkgevers en werknemers draagvlak te bewerkstelligen en vertrouwen te bevorderen.


  3. Partijen zullen het initiatief nemen om met werkgevers en werknemers in de branche in discussie te gaan over een beroepscode.


³ Waar OR staat, kan ook PVT gelezen worden.

naar boven

terug in history