Faciliteiten werknemersorganisaties

  1. Tijd


    1. Tenzij de te verrichten werkzaamheden zich naar het oordeel van de werkgever daartegen verzetten, heeft de werknemer die lid is van een werknemersorganisatie, partij bij deze CAO, op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van deze organisatie, recht op maximaal 26 dagen buitengewoon verlof met behoud van salaris, voor het deelnemen aan die werkzaamheden/ bijeenkomsten, die door kaderleden van de werknemersorganisatie, die het betreffende verzoek heeft ingediend, in het algemeen worden verricht en bijgewoond.


    2. Ten aanzien van de werknemer die tevens lid is van een OR wordt de tijd, besteed aan werkzaamheden in het kader van de raad als bedoeld in artikel 35.4 tot een maximum van 100 uur, op het in lid a genoemde aantal dagen in mindering gebracht. Op parttimers is deze bepaling naar rato van toepassing.


    3. Onder het in lid a genoemde aantal dagen worden eveneens begrepen de dagen voor het bijwonen van de door de werknemersorganisaties georganiseerde vormings- en scholingsdagen voor OR-leden.


    4. De werkgever is gehouden een afwijzing van een verzoek om toekenning van het in lid a bedoelde verlof schriftelijk en gemotiveerd aan de werknemer mede te delen.


  2. Overige faciliteiten


    1. Partijen bij deze CAO willen bevorderen, dat er binnen de organisatie mogelijkheden worden geboden tot het geven van faciliteiten aan leden en kaderleden van werknemersorganisaties.


    2. Onder kaderleden worden verstaan de in artikel 37.1 bedoelde leden van de werknemersorganisaties, partij bij deze CAO.


    3. De in lid a genoemde faciliteiten dienen ten minste het volgende te omvatten:


      1. het toestaan van het gebruik van publicatieborden, waarop informatie wordt verstrekt en aankondigingen van werknemersorganisaties kunnen worden bekend gemaakt;


      2. het beschikbaar stellen van ruimten van de organisatie ten behoeve van buiten werktijd te houden bijeenkomsten van de werknemersorganisaties;


      3. het gebruik van de telefoon voor het leggen van contacten door kaderleden van de werknemersorganisaties;


      4. kaderleden zullen in beperkte mate in staat worden gesteld persoonlijke contacten te leggen met de binnen de organisatie werkzame leden.


      5. het in overleg met de werkgever gebruik maken van e-mail en intranet; hiertoe wordt per organisatie eerst een afspraak met de werkgever gemaakt.


    4. De vakbondsconsulent en/of de bedrijfsledengroep in de instelling zal, c.q. zullen, op basis van richtlijnen vanuit de bij deze CAO betrokken werknemersorganisaties overleg voeren met de werkgever, op welke wijze en met welke faciliteiten de invoering van de functie van vakbondsconsulent in de instelling wordt vormgegeven.


naar boven

terug in history