Gezinshuisouders

Algemeen
Artikel 1

De bepalingen van de CAO zijn op de gezinshuisouder van toepassing, voor zover daarvan in deze bijlage niet wordt afgeweken.
Het in deze bijlage bepaalde is van toepassing met ingang van 1 april 2002. Op 1 april 2002 bestaande regelingen die gunstiger zijn voor de gezinshuisouder worden gehandhaafd

Omvang arbeidsovereenkomst(en)
Artikel 2
  1. De standaardformatieomvang bedraagt 0,25 fte per pupilplaats.


  2. Van lid 1 kan worden afgeweken indien de gezinshuisouders zelf verantwoordelijk zijn voor vervanging, ook tijdens vakantie, ziekte en bijzonder verlof. In dat geval kan de gezamenlijke standaardformatieomvang met ten hoogste een zesde deel worden verhoogd. Indien de werkgever de vervanging verzorgt, kan de gezamenlijke standaardformatieomvang met ten hoogste een zesde deel worden beperkt.


  3. Het beslag op de netto beschikbare arbeidsduur ten gevolgde van werkoverleg en opleiding/ bijscholing is beperkt tot maximaal 8%. Bij overschrijding zijn artikelen 18.4 en 29.1 (overwerk) slechts dan niet van toepassing als dit de instemming van de betrokken gezinshuisouders heeft. In geval van tijdelijke overschrijding vindt overleg plaats tussen werkgever en werknemer over compensatie in vrije tijd of in geldelijke vergoeding volgens de bepalingen van artikel 29.1. Indien sprake is van structurele overschrijding vindt overleg plaats tussen werkgever en werknemer over uitbreiding van de overeengekomen arbeidsduur.


Verlofbudget en vitaliteitbudget
Artikel 3
  1. Artikel 20 en 21 van deze CAO zijn van toepassing op de gezinshuisouder.


  2. De werkgever en de werknemer kunnen in overleg een van artikel 21 lid 4 afwijkende regeling treffen.


Verlof
Artikel 4
  1. Artikel 19 is van toepassing op de gezinshuisouder. De werkgever draagt zorg voor een tijdig georganiseerde vervangingsregeling. Het opnemen van 7,2 uur verlof betekent dat de werknemer een periode van 24 uur geen arbeid voor de werkgever hoeft te verrichten.


Vergoedingen
Artikel 5
  1. Artikel 18.4 en 29.1 zijn niet van toepassing op de gezinshuisouder, tenzij sprake is van de onder artikel 2 lid 3 van deze bijlage genoemde situatie.


  2. In afwijking van het gestelde in artikel 28.1 (toelage onregelmatige diensten) geldt voor de gezinshuisouder een vaste onregelmatigheidstoeslag op het bruto maandsalaris van 14%, waarbij voor de berekening als maximum geldt, het uurloon behorende bij schaal 5 periodiek 11.


  3. Artikel 18.1 en 29.3 (consignatiedienst) van deze CAO zijn niet van toepassing op de gezinshuisouder.


  4. De gezinshuisouder heeft recht op een vergoeding in de verhuiskosten conform artikel 29.5. In aanvulling hierop geldt voor de gezinshuisouder, indien hij de dienstwoning moet verlaten, dat hij:


    • volledige verhuiskostenvergoeding geniet bij ontslag op verzoek van de werkgever, bij overbruggingsuitkering of flexpensioen;


    • een vergoeding van 50% krijgt bij ontslag uit eigen beweging;


    • geen vergoeding krijgt bij ontslag wegens dringende reden.


  5. Gedurende de periode dat de gezinshuisouder met de aan hem toevertrouwde kinderen op vakantie is, zijn artikelen 18.2 en 29.4 (kampwerk) van toepassing.


  6. In afwijking van het gestelde in ex artikelen 18.3 en 29.2 (slaapdiensten) ontvangt de gezinshuisouder de onder artikel 29.2.a bedoelde slaapdienstvergoeding volgens de volgende staffel: per pupilplaats 1 (één) slaapdienst per maand.


naar boven

terug in history