Overgangsregelingen

  1. In- en doorstroombanen


    1. De bepalingen van de CAO zijn onverkort van toepassing op een werknemer die op grond van de Regeling ‘in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen’ een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de werkgever en welke arbeidsovereenkomst is voortgezet na de beëindiging van deze regeling op 1 januari 2004. De wachtgeldregeling conform artikel 14 is niet van toepassing op deze werknemers.


    2. Het salaris wordt vastgesteld als volgt:


      1. Indien de werknemer is aangesteld in het kader van de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen, wordt hij, indien en voor zover deze regeling dit vereist, in het eerste jaar van aanstelling ingeschaald op het wettelijk minimumloon en heeft hij als periodiekdatum 1 januari, tenzij op grond van de arbeidsovereenkomst een andere periodiekdatum van toepassing is.


      2. De indexering van salarisschaal 0 wordt – zo lang de Regeling in- en doorstroombanen langdurig werklozen dit vereist – gerelateerd aan de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. De loonontwikkeling in de CAO wordt niet toegepast op salarisschaal 0.


Salarisschaal 0: I/D banen, salarisbedragen in euro’s, afgerond op eurocenten

Vanaf
Periodiek
01-01-07 01-07-07 01-01-08 01-07-08
0 1300,80 1317,00 1335,00 1356,60
1 1339,69 1356,37 1374,91 1397,16
2 1379,20 1396,37 1415,45 1438,35
3 1419,70 1437,38 1457,02 1480,59
4 1461,72 1479,92 1500,15 1524,42
5 1504,70 1523,43 1544,25 1569,24
6 1549,21 1568,50 1589,94 1615,67
7 1594,73 1614,58 1636,65 1663,13
8 1641,73 1662,17 1684,89 1712,15
9 1691,04 1712,10 1735,50 1763,58
    1. Ten aanzien van een in- of doorstroombaan dient de werkgever de navolgende regels in acht te nemen.


      1. Bij het verwezenlijken van een in- of doorstroombaan mag geen sprake zijn van verdringing van een bestaande arbeidsplaats dan wel van invulling van een reeds voorziene arbeidsplaats. Het moet gaan om een extra arbeidsplaats boven de bestaande werkgelegenheid bij een instelling, die zonder gebruikmaking van de in lid 1 genoemde regeling niet tot stand zou zijn gekomen.


      2. De werkgever stelt een begeleidingsplan op dat waarborgen biedt voor een reële training en begeleiding van de werknemer, ter bevordering van diens mogelijke doorstroming naar een reguliere arbeidsplaats. In dit plan wordt in ieder geval voorzien in de aanwijzing van een begeleider die met de begeleiding van de werknemer is belast.


      3. De werkgever zal zich inspannen om de werknemer bij voldoende geschiktheid, ingeval zich binnen de instelling een vacature voordoet, zo mogelijk door te laten stromen naar een reguliere arbeidsplaats.


      4. De werkgever zal ter beoordeling van de geschiktheid van de werknemer voor doorstroming naar een reguliere arbeidsplaats ten minste na afloop van het eerste jaar van het dienstverband met deze werknemer een beoordelingsgesprek voeren.


    2. De werkgever is gehouden jaarlijks aan de OR of PVT een overzicht te verstrekken van het aantal op een in- of doorstroombaan in dienst genomen werknemers, alsmede hoeveel van deze werknemers zijn doorgestroomd naar een reguliere arbeidsplaats.


    3. De werknemer die als instellingshulp dan wel in een andere, vergelijkbare functie werkzaam is en op wie de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen van toepassing is, heeft na één jaar te zijn gesalarieerd conform periodiek 9 van schaal 0 aanspraak op 55 uur doorbetaald verlof op jaarbasis. Deze verlofaanspraak wordt gewijzigd in 105 uur doorbetaald verlof op jaarbasis, nadat de werknemer twee jaar is gesalarieerd conform periodiek 9 van schaal 0. Het verlof strekt ertoe de mogelijkheid tot zelfontplooiing en educatie van de werknemer in de in dit lid bedoelde functies te bevorderen. De werkgever bepaalt in overleg met de werknemer de opname van het verlof als hier bedoeld.


      1. a. De in- en doorstroombaan kan uitsluitend vervuld worden op een arbeidsplaats die tot stand is gekomen op grond van de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen.


      2. De werkgever kan de werknemer die een in- of doorstroombaan vervult en ten aanzien van wie een positieve uitslag van de hiervoor bij lid 3 sub d bedoelde beoordeling is vastgelegd, in de gelegenheid stellen een opleiding te volgen, teneinde het voor een onder lid 3 sub c bedoelde functie vereiste of geïndiceerd opleidingsniveau te kunnen behalen.


  1. Opzeggingstermijn Voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was en voor wie op dat tijdstip een langere termijn voor opzegging gold dan in artikel 12.1 vermeld, blijft de oude termijn gelden zolang hij bij dezelfde werkgever in dienst blijft.


  2. Vervroegde uittreding


    1. Aan de werknemer geboren voor 1949 wordt op diens verzoek ontslag verleend met recht op een uitkering overeenkomstig Uitvoeringsregeling P van de CAO 2007-2008, indien hij op de datum van zijn ontslag 60 jaar of ouder is en direct voorafgaand aan de datum van het ontslag een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste 10 jaren.


    2. Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing op de werknemer die als deelnemer in het Pensioenfonds Zorg en Welzijn gebruik kan (gaan) maken van de Overbruggingsregeling van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn.


vervolg bijlage 8

naar boven

terug in history