Loon bij vorst en wateroverlast

  1. De werkgever is verplicht bij onderbreking van de werkzaamheden veroo voortvloeiende gevolgen, dan wel door wateroverlast (hoog water, laag water, drassigheid van de terreinen e.d.) in afwijking van artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek het loon door te betalen met inachtneming van het volgende:


    1. Gedurende de periode van 1 december tot 1 mei eindigt de verplichting aaneengesloten doorbetalingstermijn van veertien kalenderdagen; onderbrekingen wegens vorst of wateroverlast worden niet als afzonderlijke oorzaken beschouwd.


    2. Gedurende de periode van 1 mei tot 1 december worden werkonderbreking werkonderbrekingen veroorzaakt door wateroverlast als afzonderlijke oorzaken beschouwd.


    3. Gedurende de periode van 1 oktober tot 1 juni behoeft in totaal over eenentwintig werkdagen het loon te worden doorbetaald ongeacht het aantal doorbetalingstermijnen, maar met inachtneming van het gestelde onder b.


    1. Bij het bepalen van de dagen waarover het loon (dat verschuldigd zo indien wel zou zijn gewerkt) moet worden doorbetaald, worden in de onderbrekingsperiode vallende zaterdagen en feestdagen als werkdagen beschouwd.


    2. Dagen waarop wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet kon het bepalen van de 14-dagentermijn (genoemd in lid 1a) en voor de 21-dagentermijn (genoemd in lid 1c) als werkdagen te worden aangemerkt.


    3. Het gedurende een paar dagen verrichten van plotseling opgekomen we (anders dan de gebruikelijke) doet, mits de oorzaak van de onderbreking voortduurt, niet een nieuwe betalingstermijn ontstaan.


  2. Indien de kerstdagen en/of nieuwjaarsdag in een onderbrekingsperiode verplichte periode het loon is doorbetaald, dient de werkgever ook over die dagen het loon door te betalen indien in het algemeen in die dienstbetrekking op die feestdagen niet wordt gewerkt en dienaangaande geen bijzonder afwijkend beding van toepassing is.


  3. Indien de werknemer, na afloop van de periode waarover de werkgever i het voorgaande verplicht is tot doorbetaling van het loon, aanspraak heeft op het volledige wachtgeld of de volledige werkloosheidsuitkering ingevolge de werkloosheidswet, is de werkgever verplicht op deze uitkering een aanvulling te verstrekken van 10 % van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.²





² Uitkering ingevolge de werkloosheidswet dient op de eerste dag waarop niet kan worden gewerkt door de werknemer te worden aangevraagd.

naar boven

terug in history