Begin arbeidsovereenkomst/einde arbeidsovereenkomst

Artikel 4

Aangaan arbeidsovereenkomst

  1. De arbeidsovereenkomst dient schriftelijk te worden aangegaan en dien punten te omvatten:


    1. naam en woonplaats van partijen;


    2. de standplaats;


    3. de functie van de werknemer of de aard van zijn arbeid;


    4. het tijdstip van indiensttreding;


    5. indien de overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten, de duur van de overeenkomst;


    6. de duur van de door partijen in acht te nemen opzegtermijnen of de wi termijnen;


    7. het loon en de termijn van uitbetaling;


    8. de gebruikelijke arbeidsduur;


    9. of de werknemer gaat deelnemen aan een pensioenregeling;


    10. indien de werknemer voor een langere termijn dan een maand werkzaam zijn buiten Nederland, mede de duur van die werkzaamheid, de huisvesting, de toepasselijkheid van de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving dan wel opgave van de voor de uitvoering van die wetgeving verantwoordelijke organen, de geldsoort waarin betaling zal plaatsvinden, de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft en de wijze waarop de terugkeer geregeld is;


    11. de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst.


  2. Indien bij de aanstelling van de werknemer een proeftijd wordt bedong nietigheid schriftelijk vóór de indiensttreding aan de betrokken werknemer te worden meegedeeld. De proeftijd bedraagt ten hoogste twee maanden. Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor korter dan twee jaren bedraagt de proeftijd ten hoogste een maand.


  3. Een dienstbetrekking, aangegaan voor onbepaalde tijd, eindigt, bij he 65 jarige leeftijd van de werknemer van rechtswege. Het is echter mogelijk met een 65 jarige of oudere een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan, voor bepaalde of onbepaalde tijd. Op een dergelijke overeenkomst is deze CAO van toepassing.

    Met uitsluiting van het gestelde in artikel 7:667,7:668 en 7:668a van het Burgerlijk Wetboek, wordt na het bereiken van de 65-jarige leeftijd de nieuwe dienstbetrekking gezien als een afzonderlijke, van de voorafgaande dienstbetrekking losstaande, arbeidsovereenkomst. Daarbij ontstaan tussen partijen nieuwe rechten en plichten onder andere met betrekking tot anciënniteit en afvloeiingsregelingen.




naar boven

terug in history